troost

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • troost
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord troost
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

troost m

  1. steun bij verdriet of pijn
    De bronzen medaille bleek een schrale troost voor de competitief ingestelde Jan.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
troosten

troost

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van troosten
  2. gebiedende wijs van troosten
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl