tronk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tronk
Woordherkomst en -opbouw
[A] enkelvoud meervoud
naamwoord tronk tronken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

[A] tronk m

  1. boomstam waarvan het bovenste deel en de takken zijn afgehakt
    • Maar over de doorweekte, verwilderde weiden en velden, voor en achter, links en rechts, kropen glimwormen bij tientallen: allemaal lantarentjes met een loodrechte lichtstreep op donker glas, de ‘points de repère’ van de kleine kanonnen, die ergens tegen een tronk werden opgehangen of opgestoken aan een staak. [5]
    • Toen Siepman hen bij dat plekje had geleid, waren de jongens verrukt en verrast geweest als had niet elk van hen het van jongsaf gekend; hun jeugdig romantisch voelen ging te gast aan wat ze zich zagen voorgesteld als decor, een heuveltje en een groep van sombere, oude bomen, hun vlotte verbeelding zwelgde in visioenen van schittering en kleur, speurde plotseling in elk aanwezig ding als een voorbestemdheid om tot meerdere luister van hun feest te dienen; kreupelhout stond er gereed voor coulissen, een mosplek als gerechtsplaats, aan gindse dode tronk zou met purperen toom de ridder zijn schimmel binden. [6]
  2. onderste deel van een boom bestaand uit de wortels en een deel van de stam dat na het omhakken of omvallen van een boom overblijft
    • Ik dacht: dit is een boom dien onweer brak.
      Maar uit den tronk rijzen de groene twijgen.
      Hij zal nog bloeien wat hij bloeien kan.
       [7]
  3. afgeknotte boom of struik
    • Ik herhaal het, geen onder ons was de tronk, wiens gebladert op de hoogte zou wuiven en zingen, waar deze wuivende en zingende kim, Verhaeren, de zon in het gelaat rees. [8]
  4. stam, ook in figuurlijke betekenis
    • Ik zoek de zon op in de tuin van het Rijksmuseum en geniet van de bomen die Giuseppe Penone heeft geschapen. Bronzen afdrukken van echte bomen, maar met goud in hun tronk of een blok graniet tussen hun takken. [9]
    • Reinaert paait hem en wijst naar het erf van boer Lamfreits, waar een gekloofde boomstam vol honing ligt. Bruin wrikt zijn kop in de tronk, maar Reinaert schopt de wiggen weg en de beer zit vastgeklemd. [10]
    • De franciscanen zien hun medebroeder Petrus van Alcantara († 1562) heilig verklaard, maar het zijn vooral de kapucijnen, als nieuwste tak van de oude franciscaanse tronk, die zich verrijkt zien met een indrukwekkende heiligenschaar: Laurentius van Brindisi, de meest veelzijdige figuur van de kapucijnen († 1619), Felix van Cantalice († 1587), Serafinus van Montegranaro († 1604), Jozef van Leonessa († 1612), Fidelis van Sigmaringen († 1622), Benedictus van Urbino († 1625). [11]
Synoniemen
Spreekwoorden
  • [3] zulk een tronk, zulk een jonk
    iemand wiens ouders niet deugen, zal zelf later ook niet deugen
• En wat kan men verwachten van een meisje dat in een zondig milieu is opgegroeid? zulk een tronk, zulk een jonk. [12]
[B] enkelvoud meervoud
naamwoord tronk tronken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

[B] tronk m

  1. (Nederlands-Indië) eenvoudige gevangenis
    • Terwijl de maats bezig waren met het slachten van een buffel en een varken voor het Paaschfeest, plukhaarde onze Dominee met een Assistent en werden beiden in de boeien gezet! Den volgenden dag was Paaschzondag en dan moest de Dominee (die ook wel een ziekentrooster kan zijn geweest) natuurlijk preeken. Hij werd dus weer uit den tronk gehaald en ook den volgenden dag kwamen allen naar zijn predicatie luisteren. [13]
    • Nadat hij was opgepakt werd hij bij de wacht ‘twee etmalen in de tronk gesloten’, ‘sonder eeten off drinken’, aldus Ontong. [14]
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

38 % van de Nederlanders;
55 % van de Vlamingen.[15]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. tronk op website: Etymologiebank.nl
  3. "tronk" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  5. Simons, J. Eer Vlaanderen vergaat. (1999) Uitgeverij Pelckmans, Kapellen; ISBN 90 289 2617 8; p.142; geraadpleegd 2019-07-09
  6. Bruggen, C. van Van een kind. 3e druk (1986) Nijgh & Van Ditmar, Den Haag; ISBN 90 236 6384 5; p. 59; geraadpleegd 2019-07-10
  7. Nijhoff, M. (ed. W.J. van den Akker & G.J. Dorleijn) "Beelden" in: Nijhoff, Verzamelde gedichten. 3e druk (2001) Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam; ISBN 90 351 2305 0; p. 116; geraadpleegd 2019-07-10
  8. Woestijne, K. van de (eds. P.N. van Eyck & P. Minderaa e.a.) Verzameld werk. Deel 6. Beschouwingen over literatuur. Het dagelijks brood I. Keur uit de brieven in dagbladen 1906-1929. (1950) C.A.J. van Dishoeck, Bussum; p. 33; geraadpleegd 2019-07-10
  9. Roodnat, J. Een spelletje kwartet met intimiteiten (16 juni 2016) op website: nrc.nl; geraadpleegd 2019-07-09
  10. Claes, P. "De roman van Reinaert" in: Raster. Nieuwe reeks. nr. 74 (1996) De Bezige Bij, Amsterdam; ISBN 90 234 1393 8; p. 152; geraadpleegd 2019-07-09
  11. Hoste, A. "De religieuze achtergrond, de thematiek en de verscheidene genres van de devotieprenten" in: Vlaanderen. 241 jrg. 41 nr. 3 (mei/juni 1992) Christelijk Vlaams Kunstenaarsverbond, Tielt; p. 167; geraadpleegd 2019-07-10
  12. De Smet, P. "Virginia Loveling vindt een happy-end voor 'Een bruid des Heren'" in: Mededelingen van het Cyriel Buysse Genootschap 18. (december 2002) Cyriel Buysse Genootschap, Gent; p. 133; geraadpleegd 2019-07-09
  13. Omega "Uit onze historie. Willem Ysbrantszn Bontekoe. Zijn spreekwoordelijk geworden ongelukkige reizen" in: De Sumatra Post jrg. 39 nr. 742 (29 september 1937); p. 13 kol. 3; geraadpleegd 2019-07-10
  14. Rossum, M. van Kleurrijke tragiek. De geschiedenis van slavernij in Azië onder de VOC (2015) Verloren, Hilversum; ISBN 9789087045173; p.67; geraadpleegd 2019-07-10
  15. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Afrikaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord tronk tronke

Zelfstandig naamwoord

tronk

  1. gevangenis
    «Helen Suzman het Nelson Mandela verskeie kere in die tronk besoek en was aan sy sy toe hy die nuwe grondwet 1996 teken.»
    Helen Suzman heeft Nelson Mandela verschillende keren in de gevangenis bezocht en was aan zijn zijde toen hij in 1996 de nieuwe grondwet tekende.