tromgeroffel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

marcheren onder tromgeroffel en trompetgeschal
Uitspraak
Woordafbreking
  • trom·ge·rof·fel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tromgeroffel
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tromgeroffel o [1]

  1. het lawaai dat ontstaat door hard en snel op een trommel te slaan, meestal met de bedoeling oom aandacht te trekken
    • Om klokslag 16.00 uur lokale tijd werd de minuut stilte ingeluid met tromgeroffel. Na de minuut stilte klonk het volkslied, zo meldden Britse media.[2] 
  2. (figuurlijk) met (te) veel lawaai, bombarie en aandachttrekkerij iets bekend maken
    • Nú al met tromgeroffel bekend maken dat aan ’het theezakje’ wordt gewerkt, wekt bij menige patiënt de indruk dat het er morgen is. Maar dat is niet zo. Op zijn vroegst beginnen pas over vijf, zes jaar studies met patiënten.[3] 
    • Een bittere pil voor Sneijder, die begin augustus nog met klaroengeschal en tromgeroffel werd binnengehaald door OGC Nice, dat ook flink in Sneijder investeerde.[4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 23 mei 2017
  3. de Telegraaf RENÉ STEENHORST04 okt. 2017
  4. de Telegraaf 29 sep. 2017