trombone

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een trombone.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trom·bo·ne
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord trombone trombones
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

trombone v/m

  1. (muziekinstrument) een koperen blaasinstrument waarbij de toonhoogte door middel van spanning van de lippen en een schuif wordt geregeld
    • De trombone was op de grond gevallen, maar gelukkig deed de schuif het nog. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Zelfstandig naamwoord

trombone

  1. (muziekinstrument) trombone


Frans

Zelfstandig naamwoord

trombone

  1. (muziekinstrument) trombone


Italiaans

Zelfstandig naamwoord

trombone

  1. (muziekinstrument) trombone


Noors

Woordafbreking
  • trom·bo·ne

Zelfstandig naamwoord

trombone

  1. (muziekinstrument) trombone
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   trombone     trombonen     tromboner     trombonene  
genitief   trombones     trombonens     tromboners     trombonenes  



Nynorsk

Woordafbreking
  • trom·bo·ne

Zelfstandig naamwoord

trombone

  1. (muziekinstrument) trombone
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   trombone     trombonen     trombonar     trombonane  
genitief   trombones     trombonens     trombonas     trombonas  



Portugees

Zelfstandig naamwoord

trombone

  1. (muziekinstrument) trombone