trof

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trof

Werkwoord

vervoeging van
treffen

trof

  1. enkelvoud verleden tijd van treffen
    • Ik trof. 
    • Jij trof. 
    • Hij, zij, het trof. 

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.