tritonus
Uiterlijk

- tri·to·nus
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tritonus | tritonussen |
| verkleinwoord | tritonusje | tritonusjes |
de tritonus m
- (muziek) interval dat drie hele tonen (of zes halve tonen in gelijkzwevende stemming) omvat
- Het woord 'tritonus' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.