tritium

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tri·ti·um
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘waterstofisotoop’ voor het eerst aangetroffen in 1949 [1]
  • van Latijn tritium [2]

Zelfstandig naamwoord

tritium o

  1. (scheikunde) een isotoop van waterstof, met één proton en twee neutronen in de kern
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen


Gangbaarheid

59 % van de Nederlanders;
64 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Latijn

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

tritium o

  1. (neologisme), (scheikunde), tritium

Verwijzingen


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /trɪtɪjʊm/, /trɪtsɪjʊm/
Woordafbreking
  • tri·ti·um

Zelfstandig naamwoord

tritium o

  1. (scheikunde) tritium; een isotoop van waterstof met in de kern één proton en twee neutronen
Verbuiging
Afkorting
Hyperoniemen
Verwante begrippen

Verwijzingen

Meer informatie