tripping

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trip·ping

Niet in de woordenlijst van de Taalunie

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tripping trippings
verkleinwoord trippinkje trippinkjes

Zelfstandig naamwoord

tripping

  1. (spel) overtreding bij ijshockey: het laten struikelen van de tegenstander