tripling
Uiterlijk
- trip·ling
- van Engels tripling zn "verdriedubbeling"
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tripling | triplings |
| verkleinwoord |
- Het woord 'tripling' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- ↑
Weblink bron Gearchiveerde versie Lotte Moortgat & Nils Schillewaert“Vanaf herfst 2025 nieuwe verkeersregels en -borden in België: wat verandert er voor jou?” (13 december 2023) op vrt.be