Naar inhoud springen

trillend

Uit WikiWoordenboek
  • tril·lend
vervoeging van: trillen
verbogen vorm: trillende

trillend

  1. onvoltooid deelwoord van trillen
stellend
onverbogen trillend
verbogen trillende
partitief trillends

trillend

  1. snel ritmisch heen en weer bewegend door fysieke trillingen
    • Het trillende horloge van Nijhuis maakte duidelijk dat we niet altijd kunnen vertrouwen op het blote oog. Pas als tot drie keer toe het woord ‘goal’ op het schermpje is verschenen, weten we echt zeker dat er is gescoord. [1] 
    ▸ De stem van Churchill, trillend van gezag.[2]
  2. snel ritmisch heen en weer bewegend door angst
    • Voorafgaand aan de reis werd ik met de dag nerveuzer. Mijn moeder, die al jaren fotografeert en zulke scherpe ogen heeft dat erbij vergeleken een telescoop bijziend is, gaf me allerlei kijktips, maar al met al hield ik mijn veel te geavanceerde, veel te dure nieuwe camera vooral trillend in mijn handen. Gelukkig gingen er verschillende fotografen op de reis mee. Top, dacht ik, even de kunst afkijken. Alles wat zij doen, doe ik. En daardoor ben ik in één week tijd twee kilo kwijtgeraakt. [3] 
    ▸ Hij sperde zijn mond open en riep: 'Le navire fume Ie pédéraste! ' Daarna schudde hij zijn hoofd met een soort grijns van afgrijzen om Zijn mond en hij wilde nog meer zeggen, maar zijn kaken sloegen op elkaar, steeds sneller, totdat zijn onderkaak trillend in kramp tot stilstand kwam.[4]
    ▸ ' Ik trok mijn nachtjapon aan en ging trillend van de zenuwen onder de dekens liggen.[5]
  1. ↑ NRC Wilfried de Jong 26 februari 2017
  2. ↑
    Tatiana Rosnay
    “Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
  3. ↑ NRC Ellen Deckwitz 28 maart 2017
  4. ↑ “De tranen der acacia's” op Wikipedia (1949), G.A. van Oorschot op Wikipedia, ISBN 9789028242364
  5. ↑ “Holy Trientje” (2019), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789026334238