trillend
Uiterlijk
- tril·lend
| vervoeging van: | trillen |
| verbogen vorm: | trillende |
trillend
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | trillend |
| verbogen | trillende |
| partitief | trillends |
trillend
- snel ritmisch heen en weer bewegend door fysieke trillingen
- snel ritmisch heen en weer bewegend door angst
- Voorafgaand aan de reis werd ik met de dag nerveuzer. Mijn moeder, die al jaren fotografeert en zulke scherpe ogen heeft dat erbij vergeleken een telescoop bijziend is, gaf me allerlei kijktips, maar al met al hield ik mijn veel te geavanceerde, veel te dure nieuwe camera vooral trillend in mijn handen. Gelukkig gingen er verschillende fotografen op de reis mee. Top, dacht ik, even de kunst afkijken. Alles wat zij doen, doe ik. En daardoor ben ik in één week tijd twee kilo kwijtgeraakt. [3]
- ▸ Hij sperde zijn mond open en riep: 'Le navire fume Ie pédéraste! ' Daarna schudde hij zijn hoofd met een soort grijns van afgrijzen om Zijn mond en hij wilde nog meer zeggen, maar zijn kaken sloegen op elkaar, steeds sneller, totdat zijn onderkaak trillend in kramp tot stilstand kwam.[4]
- ▸ ' Ik trok mijn nachtjapon aan en ging trillend van de zenuwen onder de dekens liggen.[5]
- Het woord trillend staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ NRC Wilfried de Jong 26 februari 2017
- ↑ Tatiana Rosnay“Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
- ↑ NRC Ellen Deckwitz 28 maart 2017
- ↑ “De tranen der acacia's”
(1949), G.A. van Oorschot
, ISBN 9789028242364 - ↑ “Holy Trientje” (2019), Ambo/Anthos uitgevers
, ISBN 9789026334238
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Onvoltooid deelwoord in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal