trijpen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trij·pen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van trijp met het achtervoegsel -en
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen trijpen

Bijvoeglijk naamwoord

trijpen

  1. van trijp gemaakt
    • We zaten op zacht donkerrode trijpen sofa's. 

Gangbaarheid

25 % van de Nederlanders;
20 % van de Vlamingen.