tridi
Uiterlijk
- IPA: /tʁi'di/
- tri·di
- Samenstelling van het Latijnse of Oudgriekse voorvoegsel tri- (drie) en het Oudfranse di (dag; van het Latijnse dies) dat nu nog voorkomt als woorddeel in de Franse dagnamen (bijvoorbeeld lundi).
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| tridi | le tridi | tridis | les tridis |
tridi m
- de derde dag van een decade in de Franse republikeinse kalender.
| Dagen in het Frans volgens de republikeinse kalender | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| primidi eerste dag |
duodi tweede dag |
tridi derde dag |
quartidi vierde dag |
quintidi vijfde dag |
sextidi zesde dag |
septidi zevende dag |
octidi achtste dag |
nonidi negende dag |
décadi tiende dag |