tricolore

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tri·co·lo·re
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tricolore tricolores
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tricolore v / m [2]

  1. de driekleurige vlag in het bijzonder de Franse vlag of kokarde

Bijvoeglijk naamwoord

tricolore

  1. verbogen vorm van de stellende trap van tricolor

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen