trekvaart

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trek·vaart
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord trekvaart trekvaarten
verkleinwoord trekvaartje trekvaartjes

Zelfstandig naamwoord

trekvaart v/m

  1. (scheepvaart) een oorspronkelijk voor vervoer per trekschuit gegraven kanaal met bij behorende voorzieningen als jaagpaden en rolpalen
    • Nee, langs de trekvaart kom je nu geen scheepsjagers meer tegen. 
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.

Meer informatie