trekt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trekt

Werkwoord

vervoeging van
trekken

trekt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trekken
    • Jij trekt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trekken
    • Hij trekt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van trekken
    • Trekt!