trekking

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trek·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord trekking trekkingen
verkleinwoord trekkinkje trekkinkjes

Zelfstandig naamwoord

trekking v

  1. het trekken van loten in een loterij
    • Ook bij de laatste trekking van de Staatsloterij won de onverbeterlijke gokker niets, zelfs geen eigengeldje. 
  2. een onwillekeurige spiercontractie
    • De epilepsiepatiënt had veel last van trekkingen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.