trapte aan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trap·te aan
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
aantrappen

trapte aan

  1. enkelvoud verleden tijd van aantrappen
    • Ik trapte aan. 
    • Jij trapte aan. 
    • Hij, zij, het trapte aan. 


Gangbaarheid