trapsgewijs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • traps·ge·wijs
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van trap met het achtervoegsel -gewijs en met het invoegsel -s-.
stellend
onverbogen trapsgewijs
verbogen trapsgewijze
partitief trapsgewijs

Bijvoeglijk naamwoord

trapsgewijs

  1. op de wijze van een trap
    • Het publiek zit in een driekwart-cirkel trapsgewijs om de circuspiste. 
  2. in trappen, stap voor stap
    • De trapsgewijze invoering van de kilometerheffing. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.