transponer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Noors

Woordafbreking
  • trans·po·ner
Naar frequentie > 50000

Werkwoord

transponer

  1. gebiedende wijs van transponere


Nynorsk

Woordafbreking
  • trans·po·ner

Werkwoord

transponer

  1. gebiedende wijs van transponere


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • trans·po·ner
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
transponer
transponía
transpuesto
volledig

Werkwoord

transponer

  1. (onovergankelijk) zich verschuilen, uit het zicht verdwijnen
  2. (overgankelijk) overbrengen, verplaatsen
  3. verplanten, verpotten, overplanten
Synoniemen
Verwijzingen