Naar inhoud springen

transistorradio

Uit WikiWoordenboek
  • tran·sis·tor·ra·dio
enkelvoud meervoud
naamwoord transistorradio transistorradio's
verkleinwoord transistorradiootje transistorradiootjes

detransistorradiom

  1. (elektronica) toestel dat uitgezonden radiogolven via schakelingen van halfgeleiders kan omzetten in geluid, vooral gebruikt voor de draagbare uitvoering die dankzij de toepassing van halfgeleiders mogelijk werd
     Het ultieme zomergevoel in de jaren zestig was op het strand of aan het zwembad luisteren naar de transistorradio.[2]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 5 mei 2025 Weblink bron
    Kester Freriks
    “Vol overgave luisteren naar de transistorradio” (8 juli 2015) op nrc.nl op Wikipedia