transgender

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. De columniste V. de Hingh op Wikipedia (nl) is een bekende transgender.
Uitspraak
Woordafbreking
  • trans·gen·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord transgender transgenders
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

transgender

  1. (sociologie) iemand wiens gender niet overeen blijkt te komen met dat wat bij de geboorte werd aangenomen
    • Tijdens de selectierondes had ik niet gezegd dat ik transgender ben, terwijl het mij misschien had verzekerd van deelname. Dat wilde ik niet, ik wilde weten wat ik waard was. Vrouw zijn was nooit vanzelfsprekend, dit was het ultieme doel. [1]
    • Milan identificeert zich als ‘transgender’, iemand die niet makkelijk in een hokje ‘man’ of ‘vrouw’ past. ‘Op formulieren waar je “m” of “v” moet invullen,’ vertelt Milan, ‘zet ik een rondje om “m/v”.’ [2]
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Hyponiemen
Verwante begrippen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen