transept

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tran·sept
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord transept transepten
verkleinwoord transeptje transeptjes

Zelfstandig naamwoord

transept o

  1. (bouwkunde) deel van een kerkgebouw dat er een kruisvorm aan geeft
    Het transept komt uit de gotische stijl, maar wrd ook later toegepast.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

42 % van de Nederlanders
48 % van de Vlamingen.


Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl