training

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trai·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord training trainingen
verkleinwoord traininkje traininkjes

Zelfstandig naamwoord

training v

  1. een oefening
    Kom je ook naar de training op zaterdag?
  2. opleiding in een vaardigheid
    ik heb vandaag weer een managementtraining
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Meer informatie


Engels

Zelfstandig naamwoord

training

  1. training v.