Naar inhoud springen

training

Uit WikiWoordenboek
  • trai·ning
enkelvoud meervoud
naamwoord training trainingen
verkleinwoord traininkje traininkjes

detrainingv/m

  1. een oefening
    • Kom je ook naar de training op zaterdag? 
     Het gymnasium De Griekse topsport kon gedijen vanwege een brede basis, en die begon met training in het gymnasium.[2]
  2. opleiding in een vaardigheid
     De commandanten hadden in Dordrecht een training gevolgd en brachten de verworven kennis en kunde op geheime plekken over op de onder hen vallende manschappen.[4]
  • Training on the job
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[5]
  1. training op website: Etymologiebank.nl
  2. Onno van Nijf
    “Sportgeschiedenis” (2021), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025312275
  3. www.nu.nl (24 mrt 2025)
  4. Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

training

  1. training v.