trade-off

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trade-off
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord trade-off trade-offs
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

trade-off m/v

  1. wat je opgeeft om iets anders te krijgen, wat je minder krijgt als je van iets anders meer krijgt
    • Waarom hebben dan niet alle individuen verzwaarde keelkaken als dat betere overlevingskansen biedt dan een onverzwaard keelkaakapparaat? Waarschijnlijk is er een trade-off. Een dier hangt letterlijk van architectonische compromissen aan elkaar. Zo zal het bezit van zware keelkaken ten koste gaan van iets anders. [1]
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen