træffe
Uiterlijk
- træf·fe
- Afkomstig van het Duitse werkwoord treffen
| Naar frequentie | 2549 |
|---|
| stamtijd | |||
|---|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
tegenwoordige tijd |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| træffe |
træffer |
traf |
truffet |
| volledig | |||
træffe
- overgankelijk ontmoeten, raken
- overgankelijk aantreffen
- overgankelijk aangaan, sluiten
- overgankelijk een raak gooien, een raak slaan
- overgankelijk, (figuurlijk) treffen (bijv. de getroffen mens)
- overgankelijk, (figuurlijk) kloppen, opgaan
- [3]: træffe beslutning
een besluit nemen
- træffe in: Det Danske Sprog- og LitteraturselskabDen Dankse Ordbog
op website:ordnet.dk