toxicum

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toxi·cum
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toxicum toxica
toxicums
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

toxicum o

  1. stof die ziek of dood maakt
    • Bedrog heeft van Ostaijen echter zeker niet gepleegd: hij schreef niet meer dan een drietal roesgedichten (Barbaarse Dans, De Marsch van de Hete Zomer, Angst) en had zich voorgenomen ze nooit te publiceren. Maar dat een gedicht waarvan wij hier hopen aan te tonen dat het eigenlijk geen andere dan door een toxicum verwekte waarnemingen, gevoelens en gedachten vertolkt, wel een herwaardering kan verdragen, dát kan moeilijk betwist worden. [3]
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Latijn

Uitspraak
  • IPA: /ˈtok.si.kum/
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

toxicum o

  1. vergif, vergift
  2. pijlenvergif
Synoniemen
Verbuiging