toveraar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • to·ve·raar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toveraar toveraars
toveraren
verkleinwoord toveraartje toveraartjes

Zelfstandig naamwoord

toveraar m

  1. iemand die doet alsof hij zou kunnen toveren
     'Reden te meer om de lonen hier onder controle te houden', zegt Marc De Vos, 'al is dat een harde boodschap wanneer de crisis is veroorzaakt door het onverantwoord beleid van enkele financiële toveraars in de VS. Nu betaalt iedereen de prijs.'[1]
Synoniemen

Gangbaarheid

41 % van de Nederlanders;
41 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron “Loon naar werken” (26/01/2008), De Standaard
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be