torus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • to·rus
enkelvoud meervoud
naamwoord torus torussen
tori
verkleinwoord torusje torusjes

Zelfstandig naamwoord

torus m

  1. (wiskunde) een driedimensionaal ringvormig oppervlak, lijkend op een opgeblazen luchtband
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

36 % van de Nederlanders;
44 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be