tornooi

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tor·nooi
enkelvoud meervoud
naamwoord tornooi tornooien
verkleinwoord tornooitje tornooitjes

Zelfstandig naamwoord

tornooi o

  1. (sport) een georganiseerde reeks wedstrijden waarin ploegen of individuele spelers het tegen elkaar opnemen, met als doel achteraf een winnaar te kunnen aanduiden.
Schrijfwijzen
Vertalingen

Gangbaarheid

5 % van de Nederlanders
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
tornooien

tornooi

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tornooien
    Ik tornooi.
  2. gebiedende wijs van tornooien
    Tornooi!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tornooien
    Tornooi je?