torenhoog

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • to·ren·hoog
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen torenhoog
verbogen torenhoge
partitief torenhoogs

Bijvoeglijk naamwoord

torenhoog

  1. heel erg hoog, zo hoog als een toren
    • Ipanema en Copacabana zijn de beroemdste stranden van Rio, maar leuker, stiller en mooier zijn die in Búzios, op twee uur rijden van de stad. (Er zijn uitstekende busverbindingen.) Brigitte Bardot maakte het idyllische plaatsje wereldberoemd - net zoals ze met St. Tropez deed - en nog steeds is het een leuk dorpje met kronkelige straatjes, grof plaveisel (waarop Braziliaanse dames met onbegrijpelijke gratie op torenhoge hakken kunnen lopen) en prachtige stranden vol bars en gezelligheid.[3] 
  2. zeer ver boven het gemiddelde
    • Schippers kwam naar de Spelen met de zware last van de torenhoge verwachtingen in Nederland op haar schouders. Uitgerekend in de dagen voor de 100 meter kreeg ze last van haar lies, waardoor ze niet volledig fit aan de start van het koningsnummer verscheen. Schippers werd slechts vijfde en was diep teleurgesteld. Wel zei ze voldoende hersteld te zijn van haar liesblessure om op de 200 meter vol te kunnen gaan.[4] 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen