torenbouw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • to·ren·bouw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord torenbouw
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

torenbouw m [1]

  1. (bouwkunde) het maken van een hoog smal gebouw
    • Er staat in de beschrijving van de torenbouw van Babel een opmerkelijke uitspraak van God over de mens: „Dit is het begin van wat zij gaan doen, en nu zal niets van wat zij zich voornemen te doen, voor hen onmogelijk zijn” (Gen. 11:6, HSV). [2] 
    • Onze stad is druk, volgens velen te druk. Vol met Amsterdammers, toeristen, vreemdelingen, vluchtelingen en expats. Maar liefst 180 nationaliteiten wonen en werken hier. Volgens sommigen vormen ze een bedreiging van het leefklimaat en leveren al die vreemde talen een spraakverwarring op zoals bij de torenbouw van Babel. [3] 
    • Christenen houden van Amsterdam, maar juist omdat we op zo veel plaatsen met zo veel mensen optrekken, zien we ook wat de stad onleefbaar maakt. Nu de crisis voorbij is, wordt net als bij de torenbouw van Babel steeds hoger en duurder gebouwd. [4] 

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Reformatorisch Dagblad Prof. dr. Marc J. de Vries 04-05-2018 Column: Ruimtelift
  3. Het Parool ROB VISSER 3 JUNI 2017 'Het ideaal: Amsterdam als Babel aan de Amstel'
  4. Het Parool JULIA VAN RIJN 13 MAART 2018 'Wanneer wordt erkend dat de Wallen een schandvlek zijn?'
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be