Naar inhoud springen

toorn

Uit WikiWoordenboek
  • toorn
enkelvoud meervoud
naamwoord toorn -
verkleinwoord - -

detoornm

  1. hevige boosheid
vervoeging van
toornen

toorn

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van toornen
    • Ik toorn. 
  2. gebiedende wijs van toornen
    • Toorn! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van toornen
    • Toorn je? 
95 %van de Nederlanders;
95 %van de Vlamingen.[5]