toor

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Afrikaans

Uitspraak
stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
toor
getoor
volledig

Werkwoord

toor

  1. toveren
    «"Ons kan nie toor nie." het Zuma gesê.»
    "We kunnen niet toveren." zei Zuma.