tonus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • to·nus
enkelvoud meervoud
naamwoord tonus tonussen
toni
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tonus m

  1. (medisch) spierspanning
Vertalingen

Gangbaarheid

54 % van de Nederlanders;
73 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be