tonnen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ton·nen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tonnen
tonde
getond
zwak -d volledig

Werkwoord

tonnen

  1. (verouderd) in een ton opbergen (van vis of vlees)
  2. (verouderd) met een ton afmeten (van turf)
Hyponiemen

Zelfstandig naamwoord

tonnen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord ton

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.