tongriem

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

tongriem
Uitspraak
Woordafbreking
  • tong·riem
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tongriem tongriemen
verkleinwoord tongriempje tongriempjes

Zelfstandig naamwoord

tongriem m

  1. (anatomie) streng onder de voorkant van de tong, frenulum linguae
Uitdrukkingen en gezegden
  • Goed van de tongriem gesneden zijn
precies weten wat te zeggen op het juiste moment, goed kunnen praten en een product kunnen verkopen
  • Voor de Europese Commissie is iemand als Margrethe Vestager een godsgeschenk. Terwijl haar collega’s beschuldigd worden van regelneverij, begrotingsfetisjisme en bemoeizucht (of juist een gebrek daaraan), wordt Vestager door pers en publiek geadoreerd omdat ze de oorlog heeft verklaard aan belastingschuwe Amerikaanse multinationals. En die zijn in Europa nóg impopulairder dan Brusselse bureaucraten. Dat ze goed van de tongriem is gesneden, en bewondering afdwingt met haar onberispelijke voorkomen, is mooi meegenomen. De website ‘Politico’ tipte Vestager na haar optreden van deze week al als een mogelijke opvolger van Jean-Claude Juncker.[3]
  • In talkshows op tv laat hij zien goed van de tongriem gesneden te zijn. Er werd in Den Haag nieuwsgierig uitgekeken naar hoe het de leider van Forum voor Democratie in diens eerste grote debat zou vergaan. Dat zijn partij in de peilingen goed scoort, maakte zijn inbreng extra relevant.[4]
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. tongriem op website: Etymologiebank.nl
  3. de Standaard 7 oktober 2017
  4. Volkskrant Ariejan Korteweg 3 november 2017
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be