tomrom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • tom·rom
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 16846

Zelfstandig naamwoord

tomrom o

  1. holte
  2. leemte
  3. leegte, vacuum
Verbuiging
o enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   tomrom     tomrommet     tomrom     tomromma
tomrommene  
genitief   tomroms     tomrommets     tomroms     tomrommas
tomrommenes  



Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • tom·rom
Woordherkomst en -opbouw
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   tomrom     tomrommet     tomrom     tomromma
bijvorm: tomrommi  

Zelfstandig naamwoord

tomrom o

  1. holte
  2. leemte
  3. leegte, vacuum