tommy
Uiterlijk

- tom·my
- Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘Brits soldaat’ voor het eerst aangetroffen in 1899 [1]
- uit het Engels [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tommy | tommy's |
| verkleinwoord |
- gewone britse soldaat
- De bijnaam tommy voor een Engelse soldaat is afkomstig van Thomas Atkins die in 1794 sneuvelde in de Slag om Boxtel
- Het woord tommy staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "tommy" herkend door:
| 64 % | van de Nederlanders; |
| 62 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "tommy" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ tommy op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be