toiletpapier
Uiterlijk
- Geluid: toiletpapier (hulp, bestand)
- IPA: / twɑˈlɛtpɑˌpir / (4 lettergrepen)
- toi·let·pa·pier
- samenstelling van toilet en papier
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | toiletpapier | |
| verkleinwoord | toiletpapiertje | toiletpapiertjes |
het toiletpapier o
- wc-papier, closetpapier, pleepapier, rol papier voor persoonlijke hygiëne in toiletten
- Na de toiletgang gebruik je toiletpapier.
- ▸ Ze ruimden vooral toiletpapier, sigarettenpeuken, blikjes, flessen en voedselverpakkingen op.[1]
1. papier om zich af te vegen na gebruik van het toilet
- Het woord toiletpapier staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "toiletpapier" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %