toffee

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tof·fee
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘snoepje van karamel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1906 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord toffee toffees
verkleinwoord toffeetje toffeetjes

Zelfstandig naamwoord

toffee m

  1. een taai en zoet snoepje
    • Hij heeft een beugel en mag dus geen toffees eten. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen