toewensen/vervoeging
Uiterlijk
| vervoeging van de bedrijvende vorm van toewensen | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| onbepaalde wijs | kort | lang | |||||||||
| onvoltooid | tegenwoordig | toewensen | toe te wensen | ||||||||
| toekomend | zullen toewensen toe zullen wensen |
te zullen toewensen toe te zullen wensen | |||||||||
| voltooid | tegenwoordig | hebben toegewenst | te hebben toegewenst | ||||||||
| toekomend | toegewenst zullen hebben | toegewenst te zullen hebben | |||||||||
| onvoltooid deelwoord | voltooid deelwoord | gebiedende wijs | aanvoegende wijs | ||||||||
| toewensend | toegewenst | ev. wens toe | mv. verouderd wenst toe | wense toe (bijzin) toewense | |||||||
| aantonende wijs | enkelvoud | meervoud | |||||||||
| onvoltooid | eerste | tweede | derde | eerste | tweede | derde | |||||
| hoofdzin | ik | jij, je | u | gij, ge | hij, zij, het | wij, we | jullie | zij, ze | |||
| tegenwoordig (o.t.t.) | wens toe | wenst toe | wenst toe | wenst toe | wenst toe | wensen toe | wensen toe | wensen toe | |||
| verleden (o.v.t.) | wenste toe | wenste toe | wenste toe | wenste toe | wenste toe | wensten toe | wensten toe | wensten toe | |||
| toekomend (o.t.t.t.) | zal toewensen | zult/zal toewensen | zult/zal toewensen | zult toewensen | zal toewensen | zullen toewensen | zullen toewensen | zullen toewensen | |||
| voorwaardelijk (o.v.t.t.) | zou toewensen | zou toewensen | zou(dt) toewensen | zoudt toewensen | zou toewensen | zouden toewensen | zouden toewensen | zouden toewensen | |||
| bijzin | .. dat ik | .. dat jij, je | .. dat u | .. dat gij | .. dat hij, zij, het | .. dat wij | .. dat jullie | .. dat zij | |||
| tegenwoordig (o.t.t.) | toewens | toewenst | toewenst | toewenst | toewenst | toewensen | toewensen | toewensen | |||
| verleden (o.v.t.) | toewenste | toewenste | toewenste | toewenste | toewenste | toewensten | toewensten | toewensten | |||
| toekomend (o.t.t.t.) | zal toewensen toe zal wensen |
zult/zal toewensen toe zult/zal wensen | zult/zal toewensen toe zult/zal wensen | zult toewensen toe zult wensen | zal toewensen toe zal wensen | zullen toewensen toe zullen wensen | zullen toewensen toe zullen wensen | zullen toewensen toe zullen wensen | |||
| voorwaardelijk (o.v.t.t.) | zou toewensen toe zou wensen |
zou toewensen toe zou wensen | zou(dt) toewensen toe zou(dt) wensen | zoudt toewensen toe zoudt wensen | zou toewensen toe zou wensen | zouden toewensen toe zouden wensen | zouden toewensen toe zouden wensen | zouden toewensen toe zouden wensen | |||
| voltooid | eerste | tweede | derde | eerste | tweede | derde | |||||
| ik | jij, je | u | gij | hij, zij, het | wij | jullie | zij | ||||
| tegenwoordig (v.t.t.) | heb toegewenst | hebt toegewenst | hebt/heeft toegewenst | hebt toegewenst | heeft toegewenst | hebben toegewenst | hebben toegewenst | hebben toegewenst | |||
| verleden (v.v.t.) | had toegewenst | had toegewenst | had toegewenst | hadt toegewenst | had toegewenst | hadden toegewenst | hadden toegewenst | hadden toegewenst | |||
| toekomend (v.t.t.t.) | zal toegewenst hebben | zal/zult toegewenst hebben | zult/zal toegewenst hebben | zult toegewenst hebben | zal toegewenst hebben | zullen toegewenst hebben | zullen toegewenst hebben | zullen toegewenst hebben | |||
| voorwaardelijk (v.v.t.t.) | zou toegewenst hebben | zou toegewenst hebben | zou/zoudt toegewenst hebben | zoudt toegewenst hebben | zou toegewenst hebben | zouden toegewenst hebben | zouden toegewenst hebben | zouden toegewenst hebben | |||
| onpersoonlijke lijdende vorm toegewenst worden | |||||||||||
| onvoltooid | voltooid | ||||||||||
| tegenwoordig | er wordt toegewenst | er is toegewenst | |||||||||
| verleden | er werd toegewenst | er was toegewenst | |||||||||
| toekomend | er zal toegewenst worden | er zal toegewenst zijn | |||||||||
| voorwaardelijk | er zou toegewenst worden | er zou toegewenst zijn | |||||||||
| lijdende vorm toegewenst worden | |||||||||||
| onbepaalde wijs | kort | lang | |||||||||
| onvoltooid | tegenwoordig | toegewenst worden | toegewenst te worden | ||||||||
| toekomend | toegewenst zullen worden | toegewenst te zullen worden | |||||||||
| voltooid | tegenwoordig | toegewenst zijn | toegewenst te zijn | ||||||||
| toekomend | toegewenst zullen zijn | toegewenst te zullen zijn | |||||||||
| enkelvoud | meervoud | ||||||||||
| onvoltooid | eerste | tweede | derde | eerste | tweede | derde | |||||
| ik | jij, je | u | gij | hij, zij, het | wij | jullie | zij | ||||
| tegenwoordig (o.t.t.) | word toegewenst | wordt toegewenst | wordt toegewenst | wordt toegewenst | wordt toegewenst | worden toegewenst | worden toegewenst | worden toegewenst | |||
| verleden (o.v.t.) | werd toegewenst | werd toegewenst | werd toegewenst | werdt toegewenst | werd toegewenst | werden toegewenst | werden toegewenst | werden toegewenst | |||
| toekomend (o.t.t.t.) | zal toegewenst worden | zult toegewenst worden | zult toegewenst worden | zult toegewenst worden | zal toegewenst worden | zullen toegewenst worden | zullen toegewenst worden | zullen toegewenst worden | |||
| voorwaardelijk (o.v.t.t.) | zou toegewenst worden | zou toegewenst worden | zou/zoudt toegewenst worden | zoudt toegewenst worden | zou toegewenst worden | zouden toegewenst worden | zouden toegewenst worden | zouden toegewenst worden | |||
| voltooid | eerste | tweede | derde | eerste | tweede | derde | |||||
| ik | jij, je | u | gij | hij, zij, het | wij | jullie | zij | ||||
| tegenwoordig (v.t.t.) | ben toegewenst | bent toegewenst | bent/is toegewenst | zijt toegewenst | is toegewenst | zijn toegewenst | zijn toegewenst | zijn toegewenst | |||
| verleden (v.v.t.) | was toegewenst | was toegewenst | was toegewenst | waart toegewenst | was toegewenst | waren toegewenst | waren toegewenst | waren toegewenst | |||
| toekomend (v.t.t.t.) | zal toegewenst zijn | zult toegewenst zijn | zult toegewenst zijn | zult toegewenst zijn | zal toegewenst zijn | zullen toegewenst zijn | zullen toegewenst zijn | zullen toegewenst zijn | |||
| voorwaardelijk (v.v.t.t.) | zou toegewenst zijn | zou toegewenst zijn | zou/zoudt toegewenst zijn | zoudt toegewenst zijn | zou toegewenst zijn | zouden toegewenst zijn | zouden toegewenst zijn | zouden toegewenst zijn | |||
| pseudo-passieve vorm toegewenst krijgen | |||||||||||
| onbepaalde wijs | kort | lang | |||||||||
| onvoltooid | tegenwoordig | toegewenst krijgen | toegewenst te krijgen | ||||||||
| toekomend | toegewenst zullen krijgen | toegewenst te zullen krijgen | |||||||||
| voltooid | tegenwoordig | toegewenst gekregen hebben | toegewenst gekregen te hebben | ||||||||
| toekomend | toegewenst gekregen zullen hebben | toegewenst gekregen te zullen hebben | |||||||||
| enkelvoud | meervoud | ||||||||||
| onvoltooid | eerste | tweede | derde | eerste | tweede | derde | |||||
| ik | jij, je | u | gij, ge | hij, zij, het | wij, we | jullie | zij, ze | ||||
| tegenwoordig (o.t.t.) | krijg toegewenst | krijgt toegewenst | krijgt toegewenst | krijgt toegewenst | krijgt toegewenst | krijgen toegewenst | krijgen toegewenst | krijgen toegewenst | |||
| verleden (o.v.t.) | kreeg toegewenst | kreeg toegewenst | kreeg toegewenst | kreegt toegewenst | kreeg toegewenst | kregen toegewenst | kregen toegewenst | kregen toegewenst | |||
| toekomend (o.t.t.t.) | zal toegewenst krijgen | zult toegewenst krijgen | zult toegewenst krijgen | zult toegewenst krijgen | zal toegewenst krijgen | zullen toegewenst krijgen | zullen toegewenst krijgen | zullen toegewenst krijgen | |||
| voorwaardelijk (o.v.t.t.) | zou toegewenst krijgen | zou toegewenst krijgen | zou(dt) toegewenst krijgen | zoudt toegewenst krijgen | zou toegewenst krijgen | zouden toegewenst krijgen | zouden toegewenst krijgen | zouden toegewenst krijgen | |||
| voltooid | eerste | tweede | derde | eerste | tweede | derde | |||||
| ik | jij, je | u | gij, ge | hij, zij, het | wij, we | jullie | zij, ze | ||||
| tegenwoordig (o.t.t.) | heb toegewenst gekregen | hebt toegewenst gekregen | hebt/heeft toegewenst gekregen | hebt toegewenst gekregen | heeft toegewenst gekregen | hebben toegewenst gekregen | hebben toegewenst gekregen | hebben toegewenst gekregen | |||
| verleden (o.v.t.) | had toegewenst gekregen | had toegewenst gekregen | had toegewenst gekregen | hadt toegewenst gekregen | had toegewenst gekregen | hadden toegewenst gekregen | hadden toegewenst gekregen | hadden toegewenst gekregen | |||
| toekomend (o.t.t.t.) | zal toegewenst gekregen hebben | zult toegewenst gekregen hebben | zult toegewenst gekregen hebben | zult toegewenst gekregen hebben | zal toegewenst gekregen hebben | zullen toegewenst gekregen hebben | zullen toegewenst gekregen hebben | zullen toegewenst gekregen hebben | |||
| voorwaardelijk (o.v.t.t.) | zou toegewenst gekregen hebben | zou toegewenst gekregen hebben | zou(dt) toegewenst gekregen hebben | zoudt toegewenst gekregen hebben | zou toegewenst gekregen hebben | zouden toegewenst gekregen hebben | zouden toegewenst gekregen hebben | zouden toegewenst gekregen hebben | |||