toewensen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·wen·sen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toewensen
wenste toe
toegewenst
zwak -t volledig

Werkwoord

toewensen

  1. ditransitief verklaren dat men iemand iets graag ziet verkrijgen
    • Hij kreeg van velen een snel herstel toegewenst. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie