toevloed

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

enorme toevloed van dagjesmens naar Amsterdam tijdens Koningsdag
Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·vloed
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toevloed
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

toevloed m [1]

  1. zeer grote hoeveelheid dingen of mensen die naar dezelfde plaats stromen
    • De Europese staalindustrie heeft de laatste jaren zwaar te lijden onder de toevloed van goedkoop Chinees staal. [2] 
    • Dat is nu wel anders, vooral door de enorme toevloed aan de witte groenten. Bij Albert Heijn is een halve kilo nu 3,99 (kiloprijs 7,98 euro) en bij Plus 5,99 euro (kiloprijs 11,98 euro). De groente is bij een aantal supermarktketens in de aanbieding: bij Hoogvliet en Emté kost 500 gram nu 3,49 euro. Klanten van Vomar betalen voor een halve kilo zelfs maar 1,99 euro. [3] 
    • Dat Venetië kampt met een verstikkende toevloed aan toeristen is al langer bekend. Er komen er 30 miljoen per jaar, weer of geen weer. Eerder hebben enkele Venetianen opgeroepen om geen cruiseschepen meer toe te laten tot het centrum, waardoor de grootste schepen moeten nu elders aanleggen. [4] 
    • Boerenbedrijven kampen, ook in Almelo, met een toevloed aan problemen. De gemeente wil met alle agrariërs in gesprek om te helpen. [5] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen