toevalligerwijs

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·val·li·ger·wijs
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

toevalligerwijs

  1. op een toevallige manier
    • Jaren later komen ze elkaar toevalligerwijs tegen in een winkelcentrum. 
     Toen hij vroeg of ze zich toevalligerwijs een treinreis in Sôrmland van vierentwintig jaar geleden herinnerde dacht ze eerst dat hij een grapje maakte. Maar toen hij iets meer vertelde over die kernwapendiscussie werd ze plotseling enthousiast en zei dat ze die nooit was vergeten.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “De tweede doodzonde” (2020), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044645149
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be