Naar inhoud springen

toetoepje

Uit WikiWoordenboek
  • toe·toep·je
[2] enkelvoud meervoud
naamwoord (toetoep) (toetoepen)
verkleinwoord toetoepje toetoepjes

het toetoepje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord toetoep
  2. alleen verkleinwoord (informeel) (kleding) (Nederlands-Indië) net kostuum met hoog gesloten jasje met opstaande kraag
    • Wou je soms in smoking komen?.... Nee man, trek alsjeblieft een toetoepje aan want anders ben je vanavond niet veilig in de handen van de planters!.... Nou adie, lui! [1]