Naar inhoud springen

toeren

Uit WikiWoordenboek
  • toe·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toeren
toerde
getoerd
zwak -d volledig

toeren

  1. ergatief uitgebreid rondreizen
    • Hij toert al jaren door het hele land. 


detoerenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord toer
     Ik kon best gelukzalig een eind weg pingelen terwijl Anton op zijn toeter blies en Billy halsbrekende toeren uithaalde op zijn snaren, tot Eric zich op glad ijs begaf en ingewikkelde ritmes begon te drummen die ik daarna moest oppikken.[1]
  • op volle toeren
met maximale snelheid
 Ik zie de radertjes in haar hoofd op volle toeren draaien.[2]
 Ik liep druipend en met kletsnat haar de slaapkamer in en kroop onder klamme lakens die binnen een paar seconden aan me vastplakten, en het gebrom van de airco van de buren die op volle toeren stond te loeien, suste me in slaap.[1]
 De schatten van Moeder Natuur zetten zijn brein op volle toeren aan het werk.[3]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. 1 2
    Johan Harstad
    “Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
  2. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  3. Kruistocht in spijkerbroek” op Wikipedia (1973), Lemniscaat (uitgeverij), ISBN 9789060691670
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be