toeleggen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·leg·gen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

toeleggen [2]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toeleggen
legde toe
toegelegd
zwak -d volledig
  1. wederkerend zich ~ op: zich specialiseren in iets, de meeste aandacht besteden aan
    • Het Van Gogh museum legt zich toe op moderne en impressionistische kunst en dan vooral dat van Vincent van Gogh. 

Zelfstandig naamwoord

toeleggen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord toeleg

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen