toekijken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·kij·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toekijken
keek toe
toegekeken
klasse 1 volledig

Werkwoord

toekijken

  1. inergatief naar een schouwspel of gebeurtenis kijken zonder eraan deel te nemen
    • Er stonden veel mensen toe te kijken maar er sprong niemand in het water. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.