toegerust

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·ge·rust
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
toerusten

toegerust

  1. voltooid deelwoord van toerusten
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen toegerust toegeruster (toegerustst) *
verbogen toegeruste toegerustere (toegerustste) *
partitief toegerusts toegerusters -

Bijvoeglijk naamwoord

toegerust

  1. voorzien van voldoende hulpmiddelen en vaardigheden om een bepaalde taak naar behoren te kunnen vervullen
    • De commissie bezwaarschriften eist kwalitatief beter werk van de gemeente Berkelland. Zonder dat expliciet wordt gesproken van broddelwerk, wordt uit het eerste jaarverslag van de commissie al snel duidelijk dat het veel beter moet. Wettelijke termijnoverschrijdingen, onvolledige dossiers en onvoldoende toegeruste ambtenaren dragen niet bij tot een goede afhandeling van ingediende bezwaarschriften. [1] 
    • Het pastoresteam is van plan na 1 juli zo mogelijk elke zaterdagavond om 17.30 uur in de kerk aan de Spoorstraat een woord- en gebiedsdienst te houden. "Het zou jammer zijn als de kerk in het weekeinde niet meer zou worden benut", vindt pastoor Van Breemen. Zelf heeft hij nog wel wat vraagtekens of de voorgenomen frequentie van elke zaterdag een woord- en gebedsdienst vol te houden is. "Voor de eerste maanden hebben we daar echter toegeruste mensen voor. Pastores maar ook parochianen, die bij toerbeurt voor zullen gaan." [2] 
     Maar je kon in Venetië niet van anachronismen spreken. De moderne tijd was een anachronisme in deze stad die op geen enkele manier was toegerust voor productiviteit, haast of nut. Hier was de tijd blijven zweven in melancholie en heimwee naar de droom van een schaduw van een rinkelend verleden.[3]
Opmerkingen
  • Omdat "-stst" moeilijk is uit te spreken en te verstaan kan voor de overtreffende trap beter de omschrijving "meest toegerust(e)" worden gebruikt.[4][5]

Verwijzingen

Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen