toegankelijkheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·gan·ke·lijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toegankelijkheid toegankelijkheden
verkleinwoord (toegankelijkheidje) (toegankelijkheidjes)

Zelfstandig naamwoord

toegankelijkheid v

  1. de mate waarin het mogelijk is toegang tot iets te krijgen
    • Dit bevordert de toegankelijkheid tot dit gebouw. 
  2. (informatica) de mogelijkheden die een gebruiker of moderator heeft om invloed uit te oefenen op de werking van de software
    • Een moderator heeft meer toegankelijkheden dan een gewone gebruiker. 

Meer informatie

Gangbaarheid